ECLI:NL:RVS:2022:349
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel en terugwijzing voor hernieuwde beoordeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 mei 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 juli 2021 het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen in stand liet en de staatssecretaris veroordeelde tot vergoeding van proceskosten.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende inzicht had gegeven in de wijze waarop het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de afvalligheid werd verricht en gemotiveerd. Hierdoor kon de bestuursrechter niet effectief toetsen of het besluit zorgvuldig was voorbereid.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 17 mei 2021, en bepaalde dat de staatssecretaris opnieuw op de aanvraag moet beslissen rekening houdend met de actuele feiten en omstandigheden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.