ECLI:NL:RVS:2022:3495
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag extra uren rechtsbijstand wegens niet overschrijden tijdgrens
Op 26 mei 2020 diende appellant een aanvraag in voor extra uren rechtsbijstand voor een zaak met toevoeging 4NQ0513. De Raad voor Rechtsbijstand wees dit op 11 juni 2020 af omdat uit de aanvraag bleek dat tot dan toe 8 uren waren besteed en slechts 4 extra uren werden gevraagd, waardoor de maximale tijdgrens van 21 uur niet werd overschreden.
Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank Amsterdam op 10 mei 2021, waarin het beroep ongegrond werd verklaard, werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. De appellanten voerden aan dat de Raad onvoldoende had gemotiveerd waarom niet werd afgeweken van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand (Bvr) en de Werkinstructie, en dat de rechtbank ten onrechte niet op hun betoog over de hoorzitting was ingegaan.
De Raad van State oordeelt dat de Raad voor Rechtsbijstand voldoende heeft gemotiveerd waarom geen extra uren zijn toegekend, omdat de tijdgrens niet werd overschreden en de omstandigheden die in een andere zaak tot afwijking van het Bvr leidden hier niet aanwezig zijn. Ook het betoog over de hoorzitting faalt, omdat appellanten zelf hadden aangegeven niet te willen verschijnen en er geen gegronde aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid van de commissie.
De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor extra uren rechtsbijstand bevestigd.