ECLI:NL:RVS:2022:3501
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over informatieverzoeken op grond van de Wjsg
Appellant heeft het openbaar ministerie verzocht om onderliggende schriftelijke stukken en beleid met betrekking tot zijn persoon, waarbij hij zich baseerde op de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg). Het College van procureurs-generaal heeft op 29 juli 2020 een besluit genomen waarin het eerste verzoek werd afgewezen omdat het niet ziet op strafvorderlijke gegevens, en het tweede verzoek deels werd doorgestuurd naar bevoegde arrondissementsparketten.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste verzoek ongegrond en bepaalde dat het College alsnog een besluit moest nemen over het tweede verzoek voor dertien dossiers. Appellant stelde hoger beroep in tegen het oordeel over het eerste verzoek, stellende dat de rechtbank stukken niet had meegewogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat het eerste verzoek niet ziet op gegevens die zijn verkregen in het kader van een strafvorderlijk onderzoek en dat de overgelegde stukken dit niet veranderen. Ook werd het verzoek tot heropening van het onderzoek afgewezen omdat nieuwe stukken het oordeel niet konden wijzigen.
De Afdeling bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Het College hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.