ECLI:NL:RVS:2022:3528
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 24 mei 2022 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 oktober 2022 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling klaagde terecht dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het ontbreken van een vertaling van het Italiaanse gehoorrapport en de vermeende onvoldoende gelegenheid in Italië om zijn asielrelaas te presenteren, niet relevant waren. De Afdeling oordeelde dat de inhoud van het Italiaanse gehoorrapport wel degelijk relevant kon zijn voor de beoordeling van de geloofwaardigheid van de vreemdeling, met name vanwege de economische vertrekreden die in Italië was genoemd.
Desondanks faalde de eerste grief over WhatsApp-gesprekken met de Italiaanse advocaat en had de vreemdeling geen grief tegen het oordeel dat hij tegenstrijdige en onlogische verklaringen had afgelegd. De Afdeling volgde de rechtbank in het oordeel dat de vreemdeling zijn asielrelaas niet aannemelijk had gemaakt en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.