ECLI:NL:RVS:2022:3544
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening schorsing uitspraak rechtbank inzake handhaving stikstofdepositie veehouderij
MOB en Leefmilieu verzochten het college van gedeputeerde staten van Overijssel handhavend op te treden tegen een melkveebedrijf vanwege overtreding van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb) door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het college wees dit verzoek af, waarna diverse bezwaar- en beroepsprocedures volgden. De rechtbank Overijssel vernietigde besluiten van het college en beval een nieuw besluit op bezwaar.
Het college stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitspraak van de rechtbank te schorsen, stellende dat het praktisch onmogelijk is binnen de gestelde termijn een nieuw besluit te nemen en dat de uitspraak waarschijnlijk niet in stand blijft. MOB en Leefmilieu betwistten het spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college wel degelijk een spoedeisend belang heeft, gelet op de verplichting om binnen zestien weken een nieuw besluit te nemen. De rechter overwoog dat op grond van recente jurisprudentie de referentiesituatie voor bemesting wordt bepaald door de toegestane situatie op de referentiedatum en niet door het feitelijke gebruik. Gezien deze twijfel over de juistheid van de uitspraak van de rechtbank, besloot de voorzieningenrechter de uitspraak te schorsen totdat het hoger beroep is beslist.
De bodemprocedure staat gepland voor 24 januari 2023. Tot die tijd hoeft het college geen nieuw besluit op bezwaar te nemen. De voorlopige voorziening beperkt zich tot het schorsen van de verplichting tot het nemen van een nieuw besluit op bezwaar zoals opgelegd door de rechtbank.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt geschorst totdat het hoger beroep is beslist, waardoor het college geen nieuw besluit hoeft te nemen.