ECLI:NL:RVS:2022:3565
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep na intrekking aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 april 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 juli 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Op 18 oktober 2022 verklaarde de vreemdeling haar aanvraag in te trekken en gaf zij aan zo spoedig mogelijk te willen terugkeren of vertrekken naar Libanon. Hierdoor verloor zij het belang bij een inhoudelijke beoordeling van haar hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de vreemdeling geen belang meer heeft bij de toewijzing van haar verzoek. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van de aanvraag en gebrek aan belang.