ECLI:NL:RVS:2022:3566
Raad van State
- Verzet
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij uitspraak van 25 januari 2022 het hoger beroep van opposant tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig instellen van het hoger beroep.
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposant verzet ingesteld. De Afdeling heeft in het verzet overwogen dat de bewijslast van de verzending van het beroepschrift bij de rechtbank ligt en dat er twijfel bestaat over de vraag of het beroepschrift tijdig is verzonden. Hierdoor was de uitkomst niet 'kennelijk' en had de Afdeling het hoger beroep niet zonder zitting niet-ontvankelijk mogen verklaren.
Het verzet is daarom gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en de behandeling van het hoger beroep wordt hervat. Tevens worden de proceskosten van opposant voor het verzet vergoed.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige toetsing van de ontvangst van stukken en de bewijslast bij niet-ontvankelijkverklaringen wegens termijnoverschrijding.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vervalt en de behandeling van het hoger beroep wordt hervat.