ECLI:NL:RVS:2022:3617
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuursdwang en kostenverhaal bij foutief parkeren op laad- en losplek
Op 10 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam bestuursdwang toegepast door de auto van appellante weg te slepen, omdat deze geparkeerd stond op een parkeerplaats bestemd voor laden en lossen binnen het aangegeven tijdvak, wat een overtreding is van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder f, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
Appellante betwistte de bevoegdheid van het college tot het toepassen van bestuursdwang en het verhalen van de kosten, omdat het verkeersbord en onderbord zonder verkeersbesluit waren geplaatst. Zij verwees naar eerdere jurisprudentie die dit zou ondersteunen. Het college verwees op zijn beurt naar een latere uitspraak van de Hoge Raad die de eerdere jurisprudentie vernietigde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt deze uitspraak. De rechtbank heeft volgens de Afdeling voldoende gemotiveerd ingegaan op alle beroepsgronden, waaronder de bevoegdheid van het college, de evenredigheid van bestuursdwang en het eigendomsrecht van appellante.
Daarnaast is het beroep op vergoeding van een hoger griffierecht afgewezen, omdat bij een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn geen griffierecht verschuldigd is. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is ongegrond verklaard en het college mocht bestuursdwang toepassen en de kosten verhalen.