ECLI:NL:RVS:2022:3637
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende belangenafweging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 22 april 2021 een aanvraag tot machtiging tot voorlopig verblijf van twee vreemdelingen af. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank Den Haag werd het besluit bevestigd. De vreemdelingen stelden in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat hun beroep op artikel 8 EVRM Pro niet slaagde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris bij een beroep op artikel 8 EVRM Pro een volledige belangenafweging had moeten maken, waarin alle relevante feiten en omstandigheden worden betrokken. Deze belangenafweging ontbrak in het bestreden besluit, waardoor het besluit niet in stand kon blijven.
De Afdeling vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de staatssecretaris binnen twaalf weken een nieuw besluit moet nemen, waarbij de vreemdelingen op de voet van artikel 7:2 Awb Pro moeten worden gehoord, tenzij een uitzondering van toepassing is. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 2.277,00.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en de staatssecretaris moet binnen twaalf weken een nieuw besluit nemen.