ECLI:NL:RVS:2022:367
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 10 april 2020 vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan meer heeft en heeft een aanvraag om een verblijfsdocument afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, maar zowel de bezwaren als het beroep werden ongegrond verklaard door de staatssecretaris en de rechtbank.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen zolang het hoger beroep loopt. De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet aannemelijk is dat de uitspraak van de rechtbank in stand zal blijven en besluit daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen.
Daarnaast wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 7 februari 2022 door voorzieningenrechter H.J.M. Baldinger in aanwezigheid van griffier N. Tibold.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.