ECLI:NL:RVS:2022:3693
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- A. Kuijer
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling na grenspassage Schiphol
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 14 mei 2022 een vrijheidsontnemende maatregel op aan een vreemdeling die op 13 mei 2022 met een Iraans paspoort de grenscontrole op Schiphol passeerde en een vals reisdocument gebruikte om naar Londen te reizen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hief de maatregel per 2 juni 2022 op en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de vreemdeling de grensdoorlaatpost op Schiphol heeft gepasseerd met het doel het Schengengebied te verlaten, waardoor de staatssecretaris bevoegd was de maatregel op te leggen. De grief van de staatssecretaris slaagt, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De vrijheidsontnemende maatregel blijft daarmee gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond en de vrijheidsontnemende maatregel gehandhaafd.