ECLI:NL:RVS:2022:3710
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende geloofwaardigheid seksuele gerichtheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 6 oktober 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 november 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank ten onrechte niet had gemotiveerd waarom de verklaringen van de vreemdeling over zijn contacten, kennis van Nederland en bezoeken aan een club niet bijdragen aan de geloofwaardigheid van zijn seksuele gerichtheid. Desondanks werd dit verweer inhoudelijk afgewezen omdat de staatssecretaris voldoende had gemotiveerd dat deze verklaringen noch afbreuk doen aan noch bijdragen aan de geloofwaardigheid. De vreemdeling verbleef al bijna drie jaar in Nederland zonder onderbouwing waarom zijn summiere kennis en activiteiten geloofwaardigheid zouden opleveren.
De overige grieven van de vreemdeling werden niet nader gemotiveerd omdat deze geen belang hadden voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.