ECLI:NL:RVS:2022:3760
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestendiging besluit CBR dat appellant niet rijgeschikt is vanwege bipolaire stoornis en middelengebruik
Appellant vroeg het CBR om een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorrijtuigen, nadat zijn rijbewijs zeven jaar verlopen was. Hij gaf aan ADHD en een bipolaire stoornis te hebben. Het CBR verwees hem naar een psychiatrisch onderzoek door dr. C.C. Kan, dat vanwege COVID-19 via Skype plaatsvond. Het rapport adviseerde appellant ongeschikt te verklaren voor rijbewijzen van groep 1 en 2 op grond van zijn bipolaire stoornis en het gebruik van alcohol en cannabis.
Het CBR baseerde het besluit op het rapport en gesprekken met appellant, waarbij het concludeerde dat appellant niet voldeed aan de geschiktheidseisen uit de Regeling eisen geschiktheid 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het rapport onzorgvuldig was, het Skype-onderzoek onvoldoende, en dat het evenredigheidsbeginsel niet was toegepast.
De Afdeling oordeelde dat het rapport zorgvuldig tot stand was gekomen, dat het Skype-onderzoek geoorloofd was volgens KNMG-richtlijnen, en dat de redenering en conclusies in het rapport begrijpelijk waren. De rechtbank had terecht het evenredigheidsbeginsel toegepast. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het CBR dat appellant niet rijgeschikt is, wordt bevestigd.