ECLI:NL:RVS:2022:3767
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veehouderij geen vergunningplicht voor beweiden en bemesten op basis van referentiesituatie
Het college van gedeputeerde staten van Limburg wees het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen een melkveehouderij wegens beweiden en bemesten zonder vergunning af. MOB en Leefmilieu stelden dat dit in strijd was met de Wet natuurbescherming. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van MOB en Leefmilieu gegrond en vernietigde het besluit van het college, waarbij zij het college opdroeg een nieuw besluit te nemen.
Het college ging in hoger beroep en voerde aan dat de rechtbank ten onrechte geen rekening hield met een referentiesituatie die is ontleend aan het planologisch regime en de meststoffenregelgeving, waardoor het weiden en bemesten geen significante gevolgen heeft en geen vergunningplicht bestaat. MOB en Leefmilieu voerden aan dat de feitelijke situatie en emissies beoordeeld moeten worden en dat de referentiesituatie niet aan het planologisch regime kan worden ontleend.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog uitgebreid dat de referentiesituatie kan worden ontleend aan het planologisch regime en de stikstofgebruiksnorm, en dat op grond van objectieve gegevens significante gevolgen van het weiden en bemesten zijn uitgesloten. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van MOB en Leefmilieu ongegrond, waarmee de zaak werd beëindigd.
Uitkomst: Het beroep van MOB en Leefmilieu wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college tot afwijzing van handhaving bevestigd.