ECLI:NL:RVS:2022:3789
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken schriftelijke machtiging in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 september 2021 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een ongegrond verklaard bezwaar en een afwijzend vonnis van de rechtbank, stelde de gemachtigde namens de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De gemachtigde overhandigde echter geen schriftelijke machtiging waaruit blijkt dat hij bevoegd is het hoger beroep namens de vreemdeling in te stellen. Ondanks een aangetekende brief waarin hem werd verzocht deze machtiging alsnog te overleggen binnen een gestelde termijn, bleef deze uit. Hierdoor werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak onder leiding van H.G. Sevenster, in aanwezigheid van griffier J. van de Kolk.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging.