ECLI:NL:RVS:2022:3797
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens interstatelijk vertrouwensbeginsel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 6 september 2022 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag bevestigde dit besluit op 11 oktober 2022. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing was, omdat hij onvoldoende had aangetoond dat hij bij terugkeer naar Denemarken een reëel risico loopt op indirect refoulement. Ook de medische problemen van de vreemdeling rechtvaardigden geen uitzondering, aangezien hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij in Denemarken niet de benodigde zorg kan krijgen.
Het hoger beroep bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin, zodat verdere motivering achterwege kon blijven. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris werd niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.