ECLI:NL:RVS:2022:3834
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inreisverbod en vertrekopdracht vreemdeling door staatssecretaris
Bij besluit van 13 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 9 november 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde op 20 december 2022 dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, en bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank zonder nadere motivering.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bepaalde dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. Hiermee blijft het besluit tot vertrekopdracht en inreisverbod ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vertrekopdracht en inreisverbod wordt bevestigd.