ECLI:NL:RVS:2022:3870
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verklaring van geen bedenkingen voor vijfsterrenhotel ondanks bezwaar stichting
De raad van de gemeente Maastricht gaf op 22 oktober 2019 een verklaring van geen bedenkingen af voor de realisatie van een vijfsterrenhotel op twee percelen. Op basis hiervan verleende het college op 31 oktober 2019 een omgevingsvergunning aan de bouwonderneming. De stichting maakte bezwaar tegen de verklaring van geen bedenkingen en stelde dat de raad geen deugdelijke ruimtelijke afweging had gemaakt en dat inspraak ontbrak.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van de stichting ongegrond en oordeelde dat de verklaring en vergunning terecht waren verleend. De stichting stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zij voerde onder meer aan dat de raad niet zelfstandig een belangenafweging had gemaakt, dat de Horecabeleidsnota was geschonden en dat de stichting onterecht was geweigerd in aanmerking te komen voor betalingsonmacht.
De Afdeling oordeelde dat het beroep van de stichting feitelijk gericht was tegen het besluit van het college tot verlening van de omgevingsvergunning, maar dat de gronden vooral de verklaring van geen bedenkingen betroffen. De Afdeling vond geen onjuistheden in de motivering van de rechtbank en bevestigde dat de raad en het college de juiste procedures hadden gevolgd, inclusief voldoende inspraak via de horecawerkgroep. Het beroep op betalingsonmacht werd eveneens verworpen.
De Afdeling stelde vast dat de bouwonderneming als belanghebbende mocht deelnemen aan het proces. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van het college verviel omdat het hoger beroep van de stichting ongegrond werd verklaard. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de stichting wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.