ECLI:NL:RVS:2022:3878
Raad van State
- Hoger beroep
- H.C.P. Venema
- G.T.J.M. Jurgens
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herziening van vergunningvoorschriften ter voorkoming van stofhinder bij houtpelletproductie
Het college van gedeputeerde staten van Limburg verleende op 8 oktober 2020 een omgevingsvergunning aan appellante voor haar houtpelletproductie-inrichting in Venray, inclusief voorschriften om stofhinder te voorkomen. Appellante stelde dat enige stofhinder inherent is aan haar activiteiten en dat de voorschriften onuitvoerbaar zijn, wat zou neerkomen op een verkapte weigering van de vergunning. De rechtbank vernietigde diverse voorschriften en formuleerde deze opnieuw, maar appellante betwistte de naleefbaarheid van deze herformuleringen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank terecht bepaalde voorschriften had vernietigd, maar dat de herformuleringen nog steeds een resultaatsverplichting oplegden die niet haalbaar is, omdat niet is aangetoond dat de activiteiten zonder visueel waarneembare stof kunnen worden uitgevoerd. Voorschrift 8.8 en de verwijzing daarnaar in voorschrift 2.26 werden eveneens vernietigd wegens gebrek aan motivering. Voorschrift 8.26 werd aangepast door de tekst over het direct ongedaan maken van de oorzaak van vervuiling te schrappen.
De Afdeling vernietigde het besluit van 8 oktober 2020 voor de onderdelen met onhaalbare voorschriften en bepaalde dat de uitspraak van de rechtbank Limburg van 26 maart 2021 op die punten wordt vernietigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De Afdeling benadrukte dat het college opnieuw moet beoordelen of passende maatwerkvoorschriften kunnen worden vastgesteld die wel naleefbaar zijn.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt delen van de vergunning en voorschriften wegens onhaalbaarheid en past voorschrift 2.26 aan.