ECLI:NL:RVS:2022:388
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Helder
- W. den Ouden
- J.H. van Breda
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bestemmingsplan Woonboten Oostenburgervaart met strengere maatvoering woonarken
De gemeente Amsterdam stelde op 31 maart 2021 het bestemmingsplan Woonboten Oostenburgervaart vast, waarin de maximale breedte, hoogte en lengte van woonarken werden teruggebracht in lijn met de Bootrichtlijnen 2014. Dit leidde tot beperkingen ten opzichte van het vorige bestemmingsplan Stadswerf Oostenburg, waar grotere afmetingen waren toegestaan.
Appellant betoogde dat hij op basis van een eerdere afspraak met de gemeente en het oude bestemmingsplan gerechtvaardigd vertrouwen had op de grotere maatvoering, en dat de nieuwe beperkingen hem ernstig benadelen. Tevens stelde hij dat de afwijkingsbevoegdheid in het plan onvoldoende objectief was begrensd en dat de gemeente hem onvoldoende had betrokken bij het proces.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het plan strekt tot een goede ruimtelijke ordening, waarbij het belang van het behoud van zichtbaarheid op het water zwaarder woog dan het belang van appellant. Er waren geen concrete toezeggingen die het vertrouwensbeginsel schenden. De afwijkingsbevoegdheid was voldoende objectief begrensd en bood flexibiliteit. Procedurele bezwaren faalden eveneens.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Daarmee blijft de strengere maatvoering voor woonarken in het bestemmingsplan van kracht.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan is ongegrond verklaard en de strengere maatvoering voor woonarken blijft van kracht.