ECLI:NL:RVS:2022:3951
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling met risico op schending artikel 3 EVRM
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 19 oktober 2022 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 5 december 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht hij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om een voorlopige voorziening.
De vreemdeling vroeg om te voorkomen dat hij wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De staatssecretaris erkende dat er een reëel risico bestaat dat de vreemdeling in Eritrea een behandeling ondergaat die in strijd is met artikel 3 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Daarom zal hij niet worden uitgezet naar Eritrea.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen reden is om aan te nemen dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd en zag daarom geen aanleiding om de gevraagde voorlopige voorziening toe te kennen. Het verzoek werd afgewezen en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting en voor opvang wordt afgewezen.