ECLI:NL:RVS:2022:3973
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking dierproefvergunningsdocumenten Erasmus MC op grond van Wob en Dierproevenrichtlijn
De zaak betreft een verzoek van appellant sub 1 om openbaarmaking van alle documenten over vergunningaanvragen voor dierproeven die Erasmus MC in 2018 heeft ingediend. De Centrale Commissie Dierproeven (CCD) heeft dit verzoek afgewezen op grond van artikel 10, tweede lid, onder e en g, van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), vanwege de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het voorkomen van onevenredige benadeling, mede door het risico op acties van dierenrechtenactivisten.
De rechtbank Amsterdam heeft deze weigering bevestigd en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van appellant sub 1 en het incidenteel hoger beroep van Erasmus MC behandeld. Erasmus MC stelde dat de Wob niet van toepassing is vanwege een bijzondere openbaarmakingsregeling in de Wet op de dierproeven (Wod) en de Dierproevenregeling 2014, die alleen de anonieme niet-technische samenvatting (NTS) openbaar maakt.
De Afdeling oordeelt dat deze bijzondere regeling niet uitputtend is en dat de Wob naast deze regeling van toepassing blijft. Wel moet toepassing van de Wob de anonimiteit van de NTS waarborgen, omdat deze anonimiteit essentieel is voor de veiligheid van vergunninghouder, personeel en eigendommen. Openbaarmaking van de gevraagde documenten zou de anonimiteit opheffen en daarmee de veiligheid in gevaar brengen.
Daarom is de weigering van de CCD om de documenten openbaar te maken terecht en in overeenstemming met de Wob en de Dierproevenrichtlijn. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een verbetering van de motivering. De CCD hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de weigering van de CCD om documenten over dierproefvergunningen van Erasmus MC openbaar te maken vanwege bescherming van anonimiteit en veiligheid.