ECLI:NL:RVS:2022:4004
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake vervroegde afgifte machtiging tot voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 18 oktober 2022 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor de vreemdelingen ingewilligd, met de bepaling dat zij vanaf 18 april 2023 een afspraak konden maken bij het consulaat in Istanbul voor het aanvragen van een mvv-sticker. De rechtbank had dit besluit vernietigd voor zover het de datum van 18 april 2023 betrof, omdat dit te lang zou duren. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, waarmee hij wilde voorkomen dat de uitspraak van de rechtbank direct uitgevoerd moest worden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om schorsing niet kan worden toegewezen. De staatssecretaris hoeft geen machtiging meer te verlenen, die is al toegekend. Het gaat slechts om het eerder mogelijk maken van het afhalen van de mvv-sticker. De belangen van de vreemdelingen bij een spoedige afgifte wegen zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om uitvoering van de uitspraak uit te stellen. Uitvoering van de uitspraak vergt geen onevenredige inspanning.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt op 29 december 2022.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.