ECLI:NL:RVS:2022:408
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.J. Borman
- J. Gundelach
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Weigering omzettingsvergunning wegens onvoldoende gemeenschappelijke verblijfsruimte
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 13 september 2018 een omzettingsvergunning aan appellant voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte naar maximaal vier onzelfstandige woonruimten. Na bezwaar van een bewonersvereniging werd het besluit vernietigd omdat ook woningvorming had plaatsgevonden zonder vergunning.
Appellant diende een aangepaste aanvraag in, maar het college weigerde de vergunning omdat de gemeenschappelijke verblijfsruimte met 10,2 m2 niet voldeed aan de vereiste minimale oppervlakte van 11 m2 en minimale breedte van 3 meter zoals voorgeschreven in de Huisvestingsverordening en het Bouwbesluit 2012. Appellant stelde dat de keuken moest worden meegerekend, maar dit werd verworpen omdat de keuken te smal was om als verblijfsruimte te gelden.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht de vergunning heeft geweigerd en dat het beroep ongegrond is. Tevens kan in deze procedure een eerder ingetrokken vergunning niet worden hersteld. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het intrekken en weigeren van de omzettingsvergunning wordt ongegrond verklaard.