ECLI:NL:RVS:2022:41
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens motiveringsgebrek
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 30 april 2021 besluiten genomen tot afwijzing van aanvragen van vreemdelingen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 2 juni 2021 de besluiten vernietigde wegens een geconstateerd motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek. De rechtbank bepaalde dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moest nemen met inachtneming van haar uitspraak.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank leidt, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevat die het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming dienen. Het motiveringsgebrek is eenvoudig te herstellen en het hoger beroep is ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen ten bedrage van € 759,00. De uitspraak werd gedaan door het lid van de enkelvoudige kamer H.J.M. Baldinger in aanwezigheid van griffier J. Verbeek op 6 januari 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.