ECLI:NL:RVS:2022:498
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek inzage politiegegevens op grond van de Wet politiegegevens
De appellant verzocht de korpschef van politie om inzage in politiegegevens met betrekking tot een aanhouding, met het oog op een artikel over harddrugs. De korpschef wees het verzoek af op grond van de Wet politiegegevens (Wpg), omdat deze wet alleen inzage verleent aan de betrokkene zelf. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de afwijzing.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn verzoek ook als een Wob-verzoek moest worden beschouwd en dat het belang van vrije nieuwsgaring zwaarder moest wegen dan de privacy van de aangehouden persoon. De Raad van State oordeelde dat het verzoek niet als Wob-verzoek kon worden aangemerkt, omdat appellant dit niet expliciet had gemaakt en het verzoek was gericht aan de Afdeling Wet Politiegegevens.
De Raad van State bevestigde dat de Wpg een uitputtende regeling bevat voor verstrekking van politiegegevens en dat alleen de betrokkene recht heeft op inzage. Het belang van vrije nieuwsgaring en informatievoorziening weegt niet zwaarder dan het privacyrecht van de betrokkene. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om inzage in politiegegevens wordt bevestigd.