ECLI:NL:RVS:2022:5
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering machtiging tot voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 1 mei 2019 een aanvraag van een vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank die het besluit vernietigde, heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek van de staatssecretaris beoordeeld en geoordeeld dat de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank geen onherstelbare gevolgen heeft en geen onevenredige inspanning vergt. Daarom is geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
Het verzoek wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter H.J.M. Baldinger op 3 januari 2022.
Uitkomst: Het verzoek van de staatssecretaris om een voorlopige voorziening te treffen wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld tot het betalen van proceskosten.