ECLI:NL:RVS:2022:551
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering omgevingsvergunning werktuigenberging wegens onvoldoende motivering
Appellant exploiteert een vleesvee/zoogkoeienhouderij en vroeg om een omgevingsvergunning voor een werktuigenberging op zijn perceel. Het college van burgemeester en wethouders van Bunnik weigerde deze vergunning omdat het bedrijf volgens hen niet voldeed aan de criteria van een reëel agrarisch bedrijf zoals vereist in het bestemmingsplan "Vinkenburg".
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat appellant geen reëel agrarisch bedrijf exploiteert, mede omdat het college zich zonder nadere reactie te vragen onvoldoende op het advies van de Stichting Agrarische Beoordelingscommissie (SABc) kon baseren, terwijl appellant een tegenadvies van DLV Advies had ingebracht.
De Afdeling stelde vast dat het college het motiveringsgebrek in het oorspronkelijke besluit niet had hersteld met de latere brief en dat het advies van de SABc onvoldoende rekening hield met de omvang en continuïteit van het bedrijf. Daarom vernietigde de Afdeling het besluit en verklaarde het beroep gegrond, met de opdracht aan het college een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het besluit van het college van B&W Bunnik om de omgevingsvergunning te weigeren wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.