ECLI:NL:RVS:2022:552
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Hof van Keenenburg wegens onvoldoende waarborging uitwegrecht
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij uitspraak van 23 februari 2022 het beroep van appellanten tegen het bestemmingsplan 'Hof van Keenenburg' gegrond verklaard. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 27 woningen mogelijk in Schipluiden, waarbij de appellant geen gebruik meer kan maken van zijn uitwegrecht over het perceel van een derde partij.
In een eerdere tussenuitspraak van 25 augustus 2021 was de raad van de gemeente Midden-Delfland opgedragen het gebrek in het besluit te herstellen door een voorwaardelijke verplichting op te nemen die het uitwegrecht waarborgt. De raad heeft dit herstelbesluit genomen op 14 december 2021, waarin een voorwaardelijke verplichting is opgenomen dat hoofd- en bijgebouwen pas mogen worden gebouwd als de uitweg gebruiksklaar is.
Appellant en de derde partij hebben geen zienswijze ingediend tegen dit herstelbesluit, waardoor hun beroepen daartegen ongegrond zijn verklaard. De Afdeling vernietigt het oorspronkelijke bestemmingsplan voor zover het niet voorziet in deze voorwaardelijke verplichting en gelast de raad het griffierecht aan appellanten te vergoeden.
De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt het belang van het waarborgen van uitwegrechten bij ruimtelijke plannen en benadrukt dat de raad niet zonder meer mag aannemen dat partijen onderling tot een oplossing komen.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Hof van Keenenburg wordt vernietigd voor zover het niet voorziet in een voorwaardelijke verplichting tot behoud van het uitwegrecht van appellanten.