ECLI:NL:RVS:2022:582
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving recreatieve verhuur woning in strijd met bestemmingsplan Goeree-Overflakkee
Het college van burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee legde aan appellant een last onder dwangsom op om het gebruik van zijn woning als vakantiewoning te staken, omdat dit in strijd zou zijn met het bestemmingsplan "Beschermde dorps- en stadsgezichten" met de bestemming "Gemengd". Appellant verhuurt de woning sinds 2014 recreatief en betwist dat dit onder het begrip "wonen" valt zoals bedoeld in de planregels.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college bevoegd was handhavend op te treden. Appellant stelde in hoger beroep dat recreatieve verhuur wel onder wonen valt, dat het college hem vertrouwen had gewekt dat verhuur was toegestaan, en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat handhaving selectief zou zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat recreatieve verhuur niet valt onder het begrip "wonen" in het bestemmingsplan, mede omdat het begrip bestendigheid impliceert die bij recreatieve verhuur ontbreekt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen toezegging of gedraging van het college bestond die het vertrouwen rechtvaardigde. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen, omdat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat ook elders handhavend wordt opgetreden.
De Afdeling bevestigde daarmee het bestreden vonnis en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; handhaving recreatieve verhuur woning bevestigd.