ECLI:NL:RVS:2022:587

Raad van State

Datum uitspraak
24 februari 2022
Publicatiedatum
24 februari 2022
Zaaknummer
202106743/2/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • N. Verheij
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening mvv na afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 26 april 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 2 april 2021 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde zij beroep in bij de rechtbank, die op 29 september 2021 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overwoog dat het treffen van een voorlopige voorziening waarbij de vreemdeling wordt behandeld alsof zij in het bezit is van de gevraagde mvv, in de praktijk onomkeerbare gevolgen zou hebben. Dit zou het hoger beroep grotendeels betekenisloos maken. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

De staatssecretaris werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter N. Verheij, in aanwezigheid van griffier M.W. Schippers, op 24 februari 2022.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

202106743/2/V3.
Datum uitspraak: 24 februari 2022
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoekster,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 29 september 2021 in zaak nr. NL21.6358 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 26 april 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 2 april 2021 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 29 september 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij wordt behandeld als ware zij in het bezit van de gevraagde mvv.
2.       Omdat de gevolgen van een dergelijke voorziening in de praktijk onomkeerbaar zullen zijn en het ingestelde hoger beroep zijn betekenis in dat geval grotendeels zou verliezen, treft de voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier.
w.g. Verheij
voorzieningenrechter
w.g. Schippers
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2022
873