ECLI:NL:RVS:2022:59
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens ongeschiktheid na gedragsstoornis en verkeersincidenten
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig op grond van een mededeling van de politie over vermoedens van ongeschiktheid tot rijden. Deze mededeling betrof een incident waarbij appellant opzettelijk tegen een ander voertuig aanreed en een eerdere aanhouding wegens poging tot doodslag.
Appellant werd psychiatrisch onderzocht en gediagnosticeerd met een ongespecificeerde disruptieve impulsbeheersingsstoornis. De artsen adviseerden ongeschiktheid tot rijden, ondanks een vrijspraak voor poging tot doodslag. Het CBR baseerde daarop het ongeldigverklaringsbesluit, dat door de rechtbank werd bevestigd.
Appellant voerde hoger beroep aan tegen de afwijzing van zijn verzoek om een aanvullende termijn voor een contra-expertise en stelde dat het psychiatrisch onderzoek niet zorgvuldig was. De Raad van State oordeelde dat appellant voldoende gelegenheid had gehad voor een contra-expertise en dat het psychiatrisch rapport zorgvuldig en begrijpelijk was opgesteld. Het ontbreken van het vonnis in het dossier en de korte duur van het onderzoek waren onvoldoende om het rapport te verwerpen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het besluit van het CBR en de uitspraak van de rechtbank. Het CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt bevestigd.