ECLI:NL:RVS:2022:591
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid legde op 19 november 2021 aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 8 februari 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde op 24 februari 2022 dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die relevant zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, mede omdat een soortgelijke rechtsvraag reeds eerder was beantwoord in een uitspraak van 22 december 2021.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door het lid van de enkelvoudige kamer C.M. Wissels, in aanwezigheid van griffier M.T. Annen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.