ECLI:NL:RVS:2022:609
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking horeca- en exploitatievergunning Carrousel
De rechtbank Oost-Brabant heeft op 21 februari 2022 de intrekking van de horeca- en exploitatievergunning van horecabedrijf Carrousel in stand gelaten. Carrousel B.V. heeft daarop bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen, waarmee de besluiten van de burgemeester van 's-Hertogenbosch per 25 februari 2022 geschorst zouden worden totdat het hoger beroep is beslist.
Tijdens de mondelinge zitting op 24 februari 2022 heeft de voorzieningenrechter het verzoek afgewezen. De voorzieningenrechter overwoog dat het niet evident is dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep geen stand zal houden, hetgeen nader onderzoek in de bodemprocedure vereist. Daarom werd een belangenafweging gemaakt.
Het belang van de burgemeester bij uitvoering van zijn besluiten werd zwaarwegend geacht, mede vanwege het gebrek aan vertrouwen in Carrousel B.V. en haar directeur als vergunninghouder en de moeilijkheid van toezicht tijdens de carnavalsperiode, waarin sluiting noodzakelijk werd geacht. Het financiële belang van Carrousel B.V., ondanks investeringen voor de carnavalsperiode, werd beschouwd als onderdeel van het ondernemersrisico.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het belang van de burgemeester zwaarder weegt en wees het verzoek tot voorlopige voorziening af. De uitspraak is niet ondertekend door de voorzieningenrechter en griffier wegens verhindering.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de intrekking van de horeca- en exploitatievergunning is afgewezen.