ECLI:NL:RVS:2022:611
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzage IP-adressen door gemeente Den Haag
Verzoeker heeft bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een voorlopige voorziening gevraagd tegen het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Hij verzocht primair om binnen een week inzage te krijgen in de IP-adressen die van hem worden verwerkt door de gemeente. Daarnaast vroeg hij, indien deze inzage niet binnen een week mogelijk was, om te voorkomen dat logbestanden waarin zijn gegevens voorkomen worden vernietigd totdat de inzage is verleend.
De voorzieningenrechter constateerde dat het niet mogelijk was om binnen de gevraagde termijn inzage te verlenen. Het college heeft toegezegd dat vóór 22 maart 2022 inzage zal worden gegeven in de drie door verzoeker aangeduide systemen waarin zijn IP-adressen zijn verwerkt. Verzoeker stemde hiermee in.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening voor het overige af, maar bepaalde bij wijze van voorlopige voorziening dat tot 22 maart 2022 geen vernietiging van logbestanden zal plaatsvinden waarin IP-adressen van verzoeker kunnen voorkomen. De uitspraak werd mondeling gedaan op 24 februari 2022.
Uitkomst: Verzoek om inzage binnen een week afgewezen, maar vernietiging van logbestanden tot 22 maart 2022 verboden.