ECLI:NL:RVS:2022:615
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H.J.M. Baldinger
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlengingsbesluit bewaring vreemdeling wegens onvoldoende motivering en toekenning schadevergoeding
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verlengde op 8 oktober 2021 de termijn van een aan een vreemdeling opgelegde bewaringsmaatregel met maximaal twaalf maanden. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit verlengingsbesluit, maar de rechtbank verklaarde dit beroep op 21 oktober 2021 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht had toegepast om het gebrek aan motivering in het verlengingsbesluit te passeren. De Raad van State verwees naar jurisprudentie van het Hof van Justitie EU, waarin is vastgesteld dat een verlengingsbesluit schriftelijk moet worden gemotiveerd met feitelijke en juridische gronden, zodat de vreemdeling zijn rechten adequaat kan verdedigen en de rechter de rechtmatigheid kan toetsen.
In deze zaak had de vreemdeling voorafgaand aan het verlengingsbesluit medische omstandigheden aangevoerd die het gebruik van een lichter middel dan bewaring rechtvaardigden. De staatssecretaris ging hier niet gemotiveerd op in, waardoor de belangen van de vreemdeling zijn geschaad. De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond.
Omdat de bewaringsmaatregel inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. De vreemdeling kreeg recht op een schadevergoeding van €1.800,00 voor de periode van 8 tot en met 25 oktober 2021, en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.518,00.
Uitkomst: Het verlengingsbesluit van de bewaring wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.