ECLI:NL:RVS:2022:632
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.M.L. Niederer
- W. den Ouden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevel tot staken arbeid taxichauffeur wegens niet-naleving rusttijden
De minister van Infrastructuur en Waterstaat legde op 11 februari 2021 een bevel tot staken van de arbeid op aan appellant, een zelfstandige taxichauffeur, omdat hij in een periode van 14 dagen geen aaneengesloten rusttijd van 72 uur had genoten, zoals vereist in artikel 2.5:1, vijfde lid, onder b, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer (Atbv).
Appellant maakte bezwaar tegen het bevel en voerde aan dat de rusttijden niet op hem van toepassing zijn omdat hij zelfstandige is en geen werknemer. De minister en de rechtbank oordeelden echter dat de bepalingen van het Atbv ook voor zelfstandigen gelden, mede op grond van artikel 2:7 van Pro de Arbeidstijdenwet (Atw) en de toepasselijke algemene maatregelen van bestuur. De minister baseerde zich op gegevens uit de boordcomputer van de taxi en het door appellant zelf opgegeven overzicht van werkzaamheden.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de bewijslast onterecht bij hem lag, dat de minister zich niet uitsluitend op de boordcomputer mocht baseren, en dat de toepassing van de rusttijdenregels in strijd is met het recht op vrij ondernemerschap en het gelijkheidsbeginsel. De Raad van State verwierp deze betogen en bevestigde het oordeel dat de rusttijdenregels ook voor zelfstandigen gelden en dat het bevel terecht is opgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bevel tot staken van de arbeid bevestigd.