ECLI:NL:RVS:2022:668
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep staatssecretaris
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 24 september 2021 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 december 2021 het beroep ongegrond verklaarde.
De staatssecretaris stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De vreemdeling diende een schriftelijke uiteenzetting in en stelde voorwaardelijk incidenteel hoger beroep in. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, mede omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming raken.
De Raad van State bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vreemdeling verviel. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan de vreemdeling, ter hoogte van €759,00, welke kosten volledig toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.