ECLI:NL:RVS:2022:685
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- B.J. Schueler
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijk geschil over handhavingsverzoek rij- en rusttijden en slaapfaciliteiten transportbedrijf
FNV verzocht de minister van Infrastructuur en Waterstaat om handhavend op te treden tegen een internationaal transportbedrijf wegens overtredingen van rij- en rusttijden en de technische staat van vrachtwagens. De minister wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank vernietigde dit besluit en beval nader onderzoek en een nieuw besluit.
Het transportbedrijf ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond. De Afdeling bevestigde dat het verzoek van FNV voldoende concreet was en dat de minister nader onderzoek had moeten verrichten, mede op basis van het inspectierapport dat aanwijzingen gaf dat chauffeurs hun wekelijkse rust in de cabine doorbrachten.
Na de uitspraak van de rechtbank verrichtte de Inspectie Leefomgeving en Transport beperkt onderzoek vanwege coronamaatregelen, waarbij geen nieuwe overtredingen werden vastgesteld. FNV stelde dat het onderzoek onvoldoende was, omdat slechts één chauffeur werd bevraagd en bestuurderskaarten niet werden gecontroleerd. De Afdeling oordeelde dat de minister onvoldoende onderzoek had verricht en vernietigde het besluit van 6 augustus 2021, waarbij de bezwaren van FNV ongegrond waren verklaard.
De Afdeling bepaalde dat tegen het nieuwe besluit alleen bij haar beroep kan worden ingesteld en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van FNV.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het beroep van het transportbedrijf ongegrond, vernietigt het besluit van de minister over het handhavingsverzoek van FNV en beveelt een nieuw besluit met nader onderzoek.