ECLI:NL:RVS:2022:69
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing omgevingsvergunning voor huisvesting arbeidsmigranten in strijd met beheersverordening
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees een aanvraag van appellante af voor een omgevingsvergunning voor het bouwen en gebruiken van drie chalets op haar perceel in Vleuten, bestemd voor huisvesting van arbeidsmigranten. De chalets waren reeds gebouwd zonder vergunning en de aanvraag betrof een tijdelijke vergunning in strijd met de beheersverordening.
De rechtbank oordeelde dat hoewel appellante afhankelijk is van arbeidsmigranten, niet is aangetoond dat huisvesting op het eigen perceel noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering. Het financiële belang bij huisvesting op eigen terrein werd erkend, maar dit rechtvaardigde geen vergunning. Het college verwees naar alternatieve huisvestingsmogelijkheden in de omgeving.
Appellante voerde aan dat er geen adequaat beleid of alternatieven zijn en dat de huisvesting essentieel is. Dit werd door de Raad van State niet gevolgd. Het college mocht het conserverende karakter van de beheersverordening en de toekomstige ontwikkeling van het Máximapark meewegen, ook al waren er geen concrete plannen. De vrees voor precedentwerking en het ontbreken van concrete bedrijfsverplaatsingsplannen ondersteunden het besluit.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de omgevingsvergunning voor de chalets ten behoeve van arbeidsmigranten wegens strijd met de beheersverordening en het ontbreken van noodzaak voor huisvesting op het eigen perceel.