ECLI:NL:RVS:2022:712
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- H.G. Sevenster
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering ambtshalve uitstel van vertrek aan Iraanse vreemdeling
De Iraanse vreemdeling heeft psychische klachten en vroeg ambtshalve uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw Pro 2000, maar dit werd geweigerd door de staatssecretaris. Het Bureau Medische Advisering (BMA) concludeerde dat er geen reëel risico is op schending van artikel 3 EVRM Pro en dat de vreemdeling onder voorwaarden kan reizen. De rechtbank bevestigde dit besluit.
De vreemdeling stelde dat het BMA-advies onvolledig was, met name over het risico van een medische noodsituatie en suïcidale gedragingen. Nieuwe medische verklaringen van de huisarts toonden aan dat de vreemdeling wisselend suïcidaal is en meerdere bijna-suïcidepogingen had, wat niet adequaat was meegewogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het BMA het nieuwe medische bewijs niet in samenhang heeft beoordeeld en dat de staatssecretaris het BMA opnieuw had moeten raadplegen. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het eerdere vonnis vernietigd en het besluit van 3 maart 2020 vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris om ambtshalve uitstel van vertrek te weigeren wordt vernietigd vanwege onvoldoende medische beoordeling.