ECLI:NL:RVS:2022:787
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- B. Meijer
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning met terugwerkende kracht wegens onjuiste toepassing glijdende schaal
De vreemdeling, met Marokkaanse nationaliteit en sinds 1995 houder van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, kreeg deze vergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2012 vanwege meerdere veroordelingen in Nederland en België. De staatssecretaris paste daarbij de aangescherpte glijdende schaal toe die sinds 1 juli 2012 geldt.
De vreemdeling stelde dat de intrekking met terugwerkende kracht onredelijk was en betwistte de toepassing van de terugwerkende kracht tot 1 oktober 2012. De staatssecretaris gaf toe dat de intrekking tot die datum onjuist was omdat de veroordeling op die datum een geldboete betrof en geen vrijheidsbenemende straf, maar hield vast aan intrekking met terugwerkende kracht tot 31 december 2013 vanwege latere veroordelingen in België.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de intrekking met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2012 rechtmatig was. De zaak werd vernietigd en terugverwezen omdat de staatssecretaris een nieuwe belangenafweging moet maken waarbij rekening wordt gehouden met het langere rechtmatige verblijf van de vreemdeling. Tevens werd de proceskostenvergoeding aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De intrekking van de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht tot 1 oktober 2012 wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe belangenafweging.