ECLI:NL:RVS:2022:81
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A. Minderhoud
- J. Hoekstra
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwang wegens onterecht opgelegde kosten bodemverontreiniging
Het college van burgemeester en wethouders van Waalre legde op 14 juli 2020 vier lasten onder bestuursdwang op aan appellanten vanwege een bodemverontreiniging met drugsafval op een bosperceel nabij hun woonwagencentrum. Tevens werden de kosten van bestuursdwang aan hen toegerekend. Appellanten maakten bezwaar en stelden dat zij niet betrokken waren bij de productie van drugs en niet als overtreders konden worden aangemerkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat appellanten zelf druggerelateerde stoffen en voorwerpen op het bosperceel hebben gestort of dat dergelijke handelingen aan hen kunnen worden toegerekend. Hoewel er op het perceel voorwerpen zijn aangetroffen die op productielocaties voor synthetische drugs voorkomen, zijn er geen druggerelateerde stoffen gevonden en waren veel voorwerpen nieuw en ongebruikt.
Ook de vondst van handschoenen met een DNA-mengprofiel van appellanten en een chemische stof die wordt gebruikt bij de productie van drugs was onvoldoende om te concluderen dat zij de overtreding hebben begaan. Het college heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat appellanten de overtredingen van de Wet bodembescherming en de Wet milieubeheer hebben begaan.
Daarom werd het besluit van 15 december 2020 vernietigd en het primaire besluit van 14 juli 2020 herroepen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellanten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van bestuursdwang en kostenverhaal aan appellanten wordt vernietigd.