ECLI:NL:RVS:2022:811
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 7 mei 2021 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen en geweigerd om ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.
De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit bij de rechtbank Den Haag, die op 4 februari 2022 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening zodat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoefde uit te voeren totdat het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nader onderzoek nodig is voor de beoordeling van de grieven en dat de procedure zich daarvoor niet leent. Gezien de belangen van beide partijen werd de voorlopige voorziening toegewezen, waarbij de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.