ECLI:NL:RVS:2022:824
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 10 januari 2020 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af en legde een terugkeerbesluit op. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het terugkeerbesluit. Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris gingen in hoger beroep. Op 7 maart 2022 nam de staatssecretaris een nieuw terugkeerbesluit, waartegen de vreemdeling opnieuw beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening te treffen om uitzetting te voorkomen totdat op de hoger beroepen is beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat het besluit van 7 maart 2022 in stand zou blijven en besloot daarom de voorlopige voorziening toe te wijzen.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 23 maart 2022 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op de hoger beroepen is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.