ECLI:NL:RVS:2022:88
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam op 12 november 2021 een besluit om een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 24 november 2021 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij het vonnis van de rechtbank al zou moeten uitvoeren voordat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft op 13 januari 2022 deze voorlopige voorziening toegewezen, waarbij werd bepaald dat de staatssecretaris geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft het vonnis van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.