ECLI:NL:RVS:2022:893
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake verblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 17 februari 2021 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en uitstel van vertrek afgewezen, evenals het verzoek om opheffing van een inreisverbod. De vreemdeling maakte bezwaar, dat door de staatssecretaris ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet aannemelijk was dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft en besloot de voorlopige voorziening te treffen.
De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.Th. Drop op 24 maart 2022.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.