ECLI:NL:RVS:2022:903
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan aantoont. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 18 januari 2019 af en verklaarde het daaropvolgende bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde deze afwijzing in juli 2020. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de bewijsmaatstaf en het beoordelingskader die de staatssecretaris hanteerde onjuist waren. De Afdeling verwees naar eerdere jurisprudentie, waaronder het arrest Chavez-Vilchez van het HvJEU, waarin is bepaald dat een vreemdeling zijn identiteit en nationaliteit ook met andere middelen dan geldige documenten aannemelijk kan maken.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten. Er was geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJEU.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en het hoger beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.