ECLI:NL:RVS:2022:905
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing rechtmatig verblijf en inreisverbod gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 november 2018 de aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan aantoont af en legde hem een inreisverbod op. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 10 oktober 2019 ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit op 24 maart 2021. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de staatssecretaris ten onrechte een onjuiste bewijsmaatstaf en beoordelingskader hanteerde bij de beoordeling van de identiteit en nationaliteit van de vreemdeling, in strijd met eerdere jurisprudentie en het arrest Chavez-Vilchez van het HvJEU. Hierdoor was het besluit ondeugdelijk gemotiveerd.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van 10 oktober 2019, verklaarde het hoger beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 2.277,00. Er was geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het HvJEU.
De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 25 maart 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het besluit van de staatssecretaris vernietigd en de proceskosten aan de vreemdeling toegekend.