ECLI:NL:RVS:2022:909
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing aanvraag rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 12 juni 2019 de aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan aantoont, af. Na een ongegrond verklaard bezwaar volgde een uitspraak van de rechtbank Den Haag op 23 december 2020 die het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand liet. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de staatssecretaris een onjuiste bewijsmaatstaf en beoordelingskader hanteerde en dat het verweerschrift ondeugdelijk was gemotiveerd. De Afdeling bevestigde dat een vreemdeling zonder geldig identiteitsbewijs zijn identiteit en nationaliteit aannemelijk kan maken met andere middelen, waarna de staatssecretaris dit moet beoordelen.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het besluit van 22 november 2019 in stand waren gelaten. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het besluit in stand zijn gelaten.